Contrabassist Maarten Kroese ontmoet dirigent Louis Buskens.
Buskens is dan druk bezig met de repetities voor Roméo et Juliette.Tussen beide musici ontvouwt zich een boeiend en informatief vraaggesprek.
Hoe het begon
De Missa Solemnis van Beethoven is een vocale killer, moeilijk en vermoeiend, een ramp voor de meeste amateur-zangers.Toen Het Brabants Orkest het stuk in 1981 wilde uitvoeren, stond men voor de keuze: een beroepskoor inhuren of een nieuw semi-professioneel koor oprichten. Er werd gekozen voor het laatste. In samenwerking met het Conservatorium en het Samenwerkingsverband Korenorganisaties Noord-Brabant ontstond het Brabant Koor. Het bleek een succesformule. Tientallen veeleisende werken werden uitgevoerd samen met Het Brabants Orkest. Lovende recensies vulden de kranten. De reputatie van het Brabant Koor raakte buiten de provincie- en landsgrenzen bekend, hetgeen leidde tot concerten met andere binnen- en buitenlandse orkesten. Televisie- en cd-opnamen droegen bij aan de bekendheid van het koor. Maarten Kroese informeert naar de gang van zaken bij het Brabant Koor.
Hoe verlopen nu die audities?
Bij de audities letten we op stemkwaliteit, intonatie, ritmiek en uitspraak. De zanger moet voorafgaand aan de repetities zelfstandig zijn partij instuderen en die op eigen kracht in het koor kunnen inzetten. De meeste hebben ervaring in een ander koor, maar noodzakelijk is dat niet.Van de zangers komt driekwart uit Brabant, de rest uit alle delen van Nederland, tot Alkmaar en Almelo toe. Je hebt de fanatieke amateurs, die alles voor hun hobby over hebben. Dan natuurlijk studenten van het conservatorium, zangleerlingen of professionele instrumentalisten die graag zingen.Verder zien we zangpedagogen, die naast het lesgeven graag op het podium willen staan en zangers die staatsexamen hebben gedaan. Iedereen heeft zangles.Toch krijgen we op de audities wel eens een uitgesproken natuurtalent. Zo'n oerzanger die nog nooit een pedagoog heeft gezien, maar wiens stem een onuitwisbare indruk maakt. Het is wel gebeurd dat we zo iemand aannamen, maar dat is echt een uitzondering. Als een zanger aangenomen is, tekent hij voor één of meerdere projecten. Hij zit er ook echt aan vast.
We zijn 'we'? Staan auditanten voor een commissie?
Nee, in tegenstelling tot veel andere situaties kennen wij geen auditiecommissie. Formeel beslis ik als dirigent wie wordt toegelaten, maar in de praktijk houd ik altijd ruggespraak. Met Ben Martin Weijand over muzikale keuzes en soms vraag ik koormanager Marja Eijken om haar input over het sociale aspect. Een koor is - als iedere gemeenschap - een kleine samenleving: hoe beter mensen het met elkaar kunnen vinden en elkaar steunen of motiveren, hoe beter de resultaten worden beïnvloed.
Worden de zangers betaald en wie financiert en organiseert het Brabant Koor?
Er wordt zangers geen salaris betaald, maar een gedeelte van de reiskosten wordt vergoed.Als koor krijgen we een bescheiden subsidie van de provincie en we vragen een uitkoopsom aan de orkesten. De organisatie van het koor is in handen van het stichtingsbestuur en de koormanager Maria Eijken.We hebben een eigen internetsite, zowel voor intern als extern gebruik, informatie is op die wijze altijd beschikbaar.
Waar en wanneer vinden de repetities plaats?
We kunnen meestal in de kleine zaal van het Muziekcentrum in Eindhoven terecht. Daar houden we twee tot drie, soms vier repetitieweekenden voorafgaand aan de orkestrepetities. Zaterdag werken we van tien tot vijf, zondag van twee tot vijf en soms van elf tot vijf. Dat is zwaar, maar buitengewoon inspirerend. Omdat de noten al ingestudeerd zijn, kan ik me helemaal richten op interpretatie en afwerking.Vaak vertel ik ook iets over de achtergrond van een stuk.
Kennen de zangers de achtergrond van die stukken niet?
Meestal wel. Maar op het conservatorium van Groningen deed ik de Johannes Passie en ik vroeg wie het verhaal niet kende.Tot mijn verbazing gingen er vrij veel vingers omhoog. Daarom vertel ik voor de zekerheid altijd iets over het stuk.Vooral bij een opera is dat belangrijk.
Als het stuk ingestudeerd is, geef je het uit handen aan de orkestdirigent?
Ja, die neemt het dan over. Meestal hebben we vooraf wel overleg over tempo en interpretatie, maar soms is dat niet mogelijk. Er gaat zelden iets mis, het Brabant Koor heeft een professionele en flexibele mentaliteit. Ik ben trouwens altijd aanwezig bij de orkestrepetities, dan kunnen we ter plaatse nog dingen veranderen.
Is er verschil met een beroepskoor?
In attitude zeker niet. Er wordt op professionele wijze gewerkt. Maar natuurlijk is er verschil, het zou vreemd zijn als dat er niet was, Beroepskoren hebben uiteraard een wat andere klank.We proberen echter dat verschil zo klein mogelijk te houden en te compenseren door extra inzet en uitstraling.
Copyright:
Dit artikel verscheen in deKlank, het programmatijdschrift van Het Brabants Orkest, in maart 2003.
Auteur Maarten Kroese werkt voor het impresariaat Musica Intermedia (www.musicaintermedia.com)
| |
 |